Klassieke Muziek

Published on december 5th, 2018 | by Redactie Timpaan Muziek

0

Het leven als enige uitweg – een interview met Jakob Peters-Messer

‘Die tote Stadt’ van Erich Korngold is een psychologisch drama met Hitchcockachtige trekjes. Maar onder de handen van regisseur Jakob Peters-Messer wordt het ook een even hartstochtelijk als surrealistisch pleidooi voor rouwverwerking. “Wie niet kan leven met de dood, heeft geen leven.” Een interview met Jakob peters-Messer door Ingrid Bosman.

Een Hitchcockfan zou hij zichzelf niet willen noemen. Laat staan dat hij zichzelf beschouwt als een kenner van wat de Master of Suspense op zijn naam heeft staan. Maar dat Vertigo tot de beste films ooit wordt gerekend kan Jakob Peters-Messer wel begrijpen: “Die film ist der Hammer!” De Duitse uitdrukking vertalen zou er afbreuk aan doen. Feit is dat er overeenkomsten bestaan tussen de film en de opera Die tote Stad. Peters-Messer heeft ze op zijn beurt ook weer dankbaar benut. “Vertigo is een waanzinnige, suggestieve reis door het menselijk brein”, verklaart de regisseur. “Die film zit zo geniaal in elkaar dat je elke keer opnieuw totaal wordt verrast.”

Obsessie De plots van Vertigo (1958) en Die tote Stadt (1920) lijken op elkaar met mannen die hun obsessie voor een overleden geliefde projecteren op een dubbelgangster. Door Alfred Hitchcock himself kernachtig teruggebracht tot een vorm van necrofilie: “Het komt simpelweg hierop neer: de man wil naar bed met een vrouw die dood is.” In Die tote Stadt leeft hoofdpersoon Paul tussen waan en werkelijkheid, nadat hij in de danseres Mariëtta zijn overleden vrouw Marie meent te herkennen. Paul doolt rond in zijn eigen dromen, voortgedreven door de muziek van Korngold. Jakob Peters-Messer is gefascineerd door het hoge Hitchcockgehalte. “Korngold zou later furore maken in Hollywood. Hij wordt wel beschouwd als de uitvinder van de filmmuziek. Deze opera wijst vooruit naar die reputatie. De muziek staat bol van de spanning. Van de suggestie ook. Marie is dood, maar hoe is ze gestorven? Paul kan haar ook hebben omgebracht, al dan niet samen met anderen. Zelf geloof ik dat niet, maar de muziek roept die vragen wel op.”

Blondines De regisseur doet er nog een schepje Hitchcock bovenop. Liefhebbers zullen in zijn aanpak het een en ander herkennen. De fixatie met blondines, bijvoorbeeld. Of neem het moment dat het hoofd van danseres Mariëtta in beeld verschijnt – blond en dood – op een manier die de iconische douchescène uit Psycho in herinnering roept. Het raam, prominent aanwezig in het decor als venster op het leven, wordt met behulp van lamellen ook een projectiescherm. Peters-Messer: “Paul zit ervoor als in een bioscoop. De vrouw uit zijn visioenen spreekt via het filmdoek tot hem.” Die tote Stadt is gebaseerd op de roman In Bruges van Georges Rodenbach. In de oorspronkelijke versie van de opera wordt Mariëtta door Paul gewurgd, maar blijkt die daad uiteindelijk een boze droom. Het visioen schudt Paul als het ware wakker: hij verzoent zich met zijn lot en verlaat Brugge (de dode stad) om een nieuw leven op te bouwen.

Wanen Peters-Messer blijft dichter bij het minder hoopvolle einde van het boek. “Korngold biedt Paul en daarmee ook ons een uitweg”, legt hij uit. “Maar ik vind het ongeloofwaardig dat een gewelddaad – ook al is die gedroomd – helend zou kunnen zijn. Daar komt bij dat Mariëtta in de roman emancipeert, ze neemt geen genoegen met de rol van Maries dubbelgangster. In mijn ogen doe je haar tekort als je haar louter als wazige droomfiguur beziet. Ik heb haar de power gegeven die ze volgens mij verdient.” Des te schrijnender is het dat Mariëtta niet in staat is om de ban voor de weduwnaar te breken. Evenmin als Pauls vriend Frank. “Paul zit gevangen in zijn rouw. Het lukt hem niet om zich van zijn wanen te bevrijden. Behalve diep tragisch vind ik zijn worsteling ook ontroerend.” Maar bovenal is die tevergeefs, in de visie van Jakob Peters-Messer. “En iemand die niet tot rouwverwerking in staat is wordt gek of moordenaar. Of allebei.” Hoe tegenstrijdig het ook mag lijken, juist daar zit voor hem ook de troost van deze voorstelling. “De dood van een geliefde betekent niet het einde. Er is een nieuw begin mogelijk, maar wie niet kan leven met de dood heeft geen leven. Je móet rouw verwerken om verder te kunnen. Ik wil laten zien wat de gevolgen zijn als dat niet lukt: dan ga je eraan kapot. En de angst om een geliefde te verliezen kennen we allemaal. Evenals de twijfel of en hoe we dat dan een plek kunnen geven.”

Geen verlossing Bij Peters-Messer biedt de moord op Mariëtta geen verlossing. Maar in de geest van Hitchcock, die de kijker virtuoos op het verkeerde been zet, laat ook hij open hoe echt die gewelddaad is geweest. De opera eindigt in een monoloog van Paul. Het raam is door een enkel zwart gordijn aan het zicht onttrokken. Jakob Peters-Messer: “Je kunt ook denken: was het toch allemaal een droom? Heeft alles zich in zijn hoofd afgespeeld? Of zat hij de hele tijd in een cel?” Hij roept bovendien de vraag op welke rol Pauls verleden speelt. Daarvoor tuigt hij de processie die de hoofdpersoon in staat stelt om zijn devotie te uiten op tot een surrealistische scène, waarin Pauls katholieke obsessie, zijn op een religieuze manier gecultiveerde rouw en zijn ziekelijke seksualiteit samenkomen. “Hij staat daar als een kleine Jezus temidden van de geestelijken. Een jongen met strengen blond haar in de hand. Je kunt vermoeden dat er meer speelt dan Pauls schuldgevoel over de relatie met Mariëtta en het verraad dat hij daarmee pleegt aan Marie.” Jakob Peters-Messer komt zelf uit het katholieke Rijnland en kreeg nog een staartje mee van de ‘eigenaardige benepen sfeer’ waarin zich misstanden als seksueel misbruik konden voordoen. “Misschien zijn er Pauls jeugd dingen gebeurd waardoor hij zo is geworden.”

Voorbije liefde Die tote Stadt laat zien dat dood en rouw onontkoombaar zijn. “In onze wereld hebben we dat besef een beetje verdrongen. Het draait allemaal om jong, mooi, gezond en seksueel actief zijn. En als de dood zich dan meldt moet dat liefst zo pijn- en geruisloos mogelijk gebeuren.” Des te meer heeft deze opera ons nu te zeggen, vindt Peters-Messer. “Misschien verklaart het juist wel waarom Die tote Stadt aan een comeback bezig is. Vergeet niet dat de muziek behalve spannend ook heel toegankelijk is. Het beroemde lied van Fritz, de Pierrot in de artiestengroep van Mariëtta, bezingt precies wat Paul doormaakt: het verdriet om een voorbije liefde. Sentimenteel ja, maar het komt wel binnen.”


There is no ads to display, Please add some


About the Author



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top ↑