Klassieke Muziek

Published on september 14th, 2018 | by Redactie Timpaan Muziek

0

Thriller die je laat voelen, een interview met Harry Fehr

Dat Tosca geen intellectueel hoogstandje is hoef je hem niet te vertellen. Maar regisseur Harry Fehr weet zeker dat hij het publiek met deze opera van Puccini naar het puntje van de stoel krijgt. “Dit is een thriller van de beste soort.”

Hij lijkt zelf ook nog een beetje verbaasd dat hij het aandurft. Deze Tosca wordt een ingenieus samenspel tussen live opera en digitale projectie. Grote delen van de handeling op het toneel worden gelijktijdig geprojecteerd op beeldscherm. Let wel: het zijn geen live opgenomen beelden die ter plekke worden vertoond. De scènes zijn vooraf gedraaid op verschillende buitenlocaties en moeten tijdens de voorstelling simultaan worden gespeeld, precies als op het scherm.

Het betekent bijvoorbeeld dat de hele cast, inclusief groot koor en twee kinderkoren, zich bij de repetitieperiode tijdelijk moet verplaatsen naar de Bergkerk in Deventer, waar een deel van de opnames plaatsheeft. “Nogal een onderneming”, schetst Harry Fehr met Brits gevoel voor understatement. Het effect zal er naar zijn, verwacht de jonge regisseur. “Dit wordt een opwindende en dynamische ervaring. Precies zo filmisch als het verhaal in wezen is.”

Kwade genius Met de gehate politiechef Scarpia als de alomtegenwoordige kwade genius, in de visie van de regisseur. “Hij domineert het verhaal, de thema’s, de muziek. Zelfs als hij niet of zijdelings in beeld is – en dat is een aanzienlijk deel van het stuk het geval – beïnvloedt hij de gebeurtenissen.” Centraal in het verhaal staat het fatale pact dat Scarpia sluit met de Floria Tosca. In ruil voor seks zal hij haar gevangen genomen geliefde, de schilder Mario Cavaradossi, vrijlaten. Dat dat een illusie zal blijken is amper nog een spoiler te noemen.

Fehr vond een manier om de allesoverheersende aanwezigheid van Scarpia (“Hij is bijna God zelf”) zichtbaar te maken. Waar de opera zich van oudsher afspeelt op drie locaties in het Rome van rond 1800 bevindt het publiek zich nu de hele opera lang met Scarpia in het hoofdbureau van politie. In het originele verhaal is dat het palazzo Farnese, maar nu zou het een hoofdkwartier in elke stad kunnen zijn. “In een soort van vandaag”, verklaart Fehr. “Het voelt als de hedendaagse maatschappij, maar misschien speelt het zich ook wel in de toekomst af.”

Indringend Het hangt er maar van af hoe ver je jezelf als toeschouwer nog af waant van een totaal gecontroleerde samenleving. Want die laat Fehr hier zien. Scapia ontgaat niets, dankzij de beeldschermen die zijn ondergeschikte Sciaronne permanent in de gaten houdt. De toeschouwers zien de beelden uit de kerk waar Cavaradossi aan het schilderen is – en bezoek krijgt van Tosca – op de schermen. Tegelijkertijd worden de scènes op het toneel ook nog eens echt gespeeld. Het maakt ze dubbel zo indringend, denkt Fehr.

Later komt via de bewakingsbeelden het hoge gebouw in beeld waar het doodvonnis over Cavarossi zal worden voltrokken. Scarpia denkt dat hij dit kan gaan aanschouwen, maar in de derde akte zit hij dood in zijn stoel. Het publiek blijft de gebeurtenissen op zowel de schermen als via het gelijktijdige spel volgen. Het oorspronkelijke verhaal wil dat Tosca zich tenslotte van de Engelenburcht in Rome stort en het niet overleeft, maar de regisseur beperkt zich tot de mededeling dat ze in zijn versie springt. Op z’n minst heeft ze de optie. Geheimzinnig: “Hoe episch en glorieus ook haar bedoelingen, ze is niet sterk genoeg om haar lot in eigen hand te nemen”. Fehr erkent volmondig dat er weinig te springen valt in het politiebureau waar Tosca zich bevindt. Met een grijns: “Maar daar hebben we iets op gevonden.” Feit is dat het publiek ook deze finale in tweevoud kan beleven. “Met alleen beelden op een scherm is er niet genoeg catharsis.”

Meer vlees en bloed En de kans op die loutering wil hij maximaal benutten. Al was het maar omdat Puccini er ook hemel en aarde voor heeft bewogen. “Puccini en zijn librettist hebben elkaar bij vlagen naar het leven gestaan. Maar Puccini wist: ze móet springen.” Het hedendaagse publiek zal er baat bij hebben dat Tosca van Fehr veel meer vlees en bloed heeft gekregen dan het gedateerde en bordkartonnen stereotype wil. “Vaak is zij niet meer dan wat een vrouw volgens de negentiende-eeuwse man zou moeten zijn. In mijn ogen is ze moderner. Complexer ook. Ze moet leven onder een allesoverheersende controle, terwijl ze zelf ook zoveel mogelijk controle wil houden.”

Niet dat hij haar karakter overdreven oppoetst. “Dwaas, niet politiek geëngageerd, jaloers, argwanend; we verhullen die trekken niet, maar bij ons heeft ze die niet omdát ze een vrouw is. Een man kan ook zo zijn.” Het verband met #metoo hoeft Fehr niet te benadrukken, zegt hij. “Hoe Scarpia Tosca chanteert past in het plaatje van witte mannen met macht die vrouwen kunnen misbruiken. En ja, het is een centrale confrontatie in deze opera. Maar ik wil Scarpia niet neerzetten als een soort Harvey Weinstein en Tosca evenmin als een Hollywoodster in een slachtofferrol. Dat is me te gemakkelijk. Dan vind ik die bewakingsmaatschappij veel meer uitnodigen om over na te denken.” Omarmen Dan nog zal deze opera nooit een wonder van intellectueel vernuft worden, beseft Fehr. “Het probleem is dat de hoofdpersonages zich niet ontwikkelen. In feite heeft geen van hen de controle over wat ze aan het doen zijn. Daar kun je als regisseur gefrustreerd over raken, maar ik denk dat je het moet omarmen. Want dit is echt een thriller van de beste soort. Qua plot valt alles op zijn plek. En de betekenis van al die attributen: de mand met voedsel, de waaier; het zijn echt aanwijzingen als in een detective.” Niet voor niets laat de regisseur ze in speciale plastic zakken veiligstellen alsof het inderdaad bewijsmateriaal is.

Meesterhand Dat een op het oog zo oppervlakkig verhaal toch zo goed werkt is volgens Fehr te danken aan de meesterhand van componist Giacomo Puccini. “Hij stuwt deze opera voort, door muziek, zang en verhaal perfect te laten samenvallen.” Ooit liet Harry Fehr zich ontvallen dat hij niet graag met Richard Wagner aan een tafel zou willen zitten. Puccini daarentegen lijkt hem ideaal gezelschap, meldt hij schaterend. “Hij is een meer menselijke componist dan Wagner. Geïnteresseerd in de levens van kleine mensen. Het enige wat Puccini doet is je uitnodigen om te voelen. Aan zijn werk kun je geen zware filosofische, symbolische of politieke lagen toevoegen. Omdat alleen de emoties tellen.”

Eigenlijk geldt dat voor elke opera, stelt hij vast. “Ik weet dat het voor sommigen vloeken in de kerk is, maar als ik eerlijk ben zijn emoties het allerbelangrijkste in opera. En het is de muziek die ze oproept. Op een dieper niveau dan wat ook. Als je dat ontkent is het eigenlijk een belediging van de kunstvorm. Puccini zelf zei het zo: ‘Als je niet huilt aan het slot van Tosca was de avond verloren’.”

(interview door Ingrid Bosman)


About the Author



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top ↑